Hoofdmodel
OpenQuatt werkt in de praktijk met drie lagen die met elkaar samenhangen:
Control Mode: de algemene systeemstand.Heating Strategy: de manier waarop warmtevraag wordt opgebouwd.Flow Mode: de manier waarop pompaansturing wordt bepaald.
Je kunt het gedrag daarom niet verklaren vanuit alleen een pompstand of alleen een strategie. Het is steeds een combinatie van deze drie lagen.
Control Mode
Control Mode is de globale toestand van het systeem.
| Mode | Betekenis | Praktisch gevolg |
|---|---|---|
CM0 | Rust / standby | geen normale verwarmingsactie |
CM1 | Tussenstand voor of na verwarmen | korte beschermende overgang |
CM2 | Verwarmen met warmtepomp | warmtepompbedrijf toegestaan |
CM3 | Warmtepomp plus ketelhulp | ketel mag bijspringen |
CM98 | Vorstbeveiliging | circulatie voor vorstbescherming |
Het belangrijkste uitgangspunt is dat OpenQuatt niet direct van "geen vraag" naar "vol verwarmen" springt. Er zitten tussenstappen en veiligheidscontroles in.
Wanneer gaat het systeem naar een andere mode?
OpenQuatt kijkt daarbij vooral naar:
of er warmtevraag is;
of de flow geldig en voldoende is;
of er een tekort is dat langdurig aanhoudt;
of er handmatige overrides actief zijn;
of vorstbescherming nodig is.
Van rust naar verwarmen
Als er warmtevraag ontstaat, gaat het systeem meestal eerst via CM1 en daarna naar CM2. Die tussenstap is bedoeld om hydrauliek en acties in de juiste volgorde op te bouwen.
Van CM2 naar CM3
De stap naar CM3 gebeurt niet op basis van een kort tekort. Drempels en timers voorkomen dat de ketel te snel bijspringt.
Terug van CM3 naar CM2
Ook terugschakelen gebeurt met drempels en wachttijd, zodat het systeem niet onnodig gaat pendelen.
Waarom blijft het systeem soms in een tussenstand?
Dat heeft meestal te maken met flow of veiligheid.
Als verwarmen gevraagd wordt, maar de gekozen flow te laag is of te lang ongeldig blijft:
wordt een low-flow toestand actief;
wordt verdere opbouw naar normaal verwarmen tegengehouden;
blijft OpenQuatt in een veiligere tussenroute.
Dat kan voelen alsof het systeem niet doorpakt, maar is meestal bewust beveiligd gedrag.
Overrides
Met select.openquatt_cm_override kun je het gedrag tijdelijk forceren:
AutoForce CM0Force CM1Force CM98
Gebruik dit alleen doelbewust. Voor normaal gebruik hoort deze instelling op Auto te staan.
Begrenzing van totaal vermogen
OpenQuatt kan ook rekening houden met totaal opgenomen vermogen. Dat gebeurt via oq_power_cap_f.
Het principe is als volgt:
bij een zachte overschrijding grijpt het systeem rustig in;
bij een piek grijpt het sneller in;
als de situatie weer normaal is, laat het systeem geleidelijk meer toe.
Zo wordt warmtevraag niet los gezien van het totale elektrische gedrag van de installatie.
Verwarmingsstrategieën
Power House
Bij Power House kijkt OpenQuatt vooral naar wat de woning nodig heeft op basis van onder meer buitentemperatuur en kamerafwijking.
Belangrijke eigenschappen:
het systeem rekent niet alleen op een instantane kamerfout;
er zijn dode zones, grenzen en een reactieprofiel met opbouw-/afbouwtijd;
OpenQuatt probeert laaglastgedrag rustig te houden om pendelen te voorkomen.
Handige diagnose-entiteiten:
Low-load dynamic thresholds(standaard verborgen)
Low-load dynamic thresholds toont live of cached pmin/off/on; als die dynamische input ontbreekt, valt OpenQuatt terug op interne fallbackdrempels.
Duo-keuze in Power House
In een Duo-opstelling gebruikt Power House geen vaste regel als "altijd eerst 1 warmtepomp" of "liever altijd 2". De keuze gaat in eenvoudige stappen:
kijk welke levelcombinaties toegestaan en geldig zijn;
bepaal apart de beste single-HP en beste dual-HP kandidaat;
kies normaal de topology met het laagste elektrische verbruik;
laat een minder zuinige topology alleen winnen als die de warmtevraag duidelijk beter volgt;
wissel alleen als dat echt voordeel geeft;
houd een recente single-versus-duowissel wat langer vast als het alternatief maar een klein voordeel geeft.
Als twee single-HP-keuzes verder gelijk zijn, krijgt de runtime lead warmtepomp voorrang. Tijdens defrost blijft OpenQuatt voorzichtiger, maar nu pas zodra de 4-Way valve aangeeft dat de echte defrost loopt. Daarmee wordt te vroege voorbelasting voorkomen en komt extra steun alleen in beeld als de gekozen combinatie anders nog duidelijk tekort zou komen.
Water Temperature Control
Bij deze strategie kijkt OpenQuatt vooral naar de gewenste aanvoertemperatuur via een stooklijn.
Belangrijke eigenschappen:
de regeling gebruikt de gekozen aanvoertemperatuurbron (
Local,CICofHA input);er zijn profielen en PID-instellingen;
rond lage vraag probeert het systeem niet abrupt naar nul te springen.
Deze strategie past vaak beter bij gebruikers die hun installatie benaderen vanuit aanvoertemperatuur of stooklijn.
Watertempbegrenzing
OpenQuatt heeft daarnaast een gedeelde begrenzing op basis van water_supply_temp_selected.
Belangrijke eigenschappen:
Maximum water temperatureis het normale bovendoel voor de gemeten aanvoer;Water temperature soft bandbepaalt vanaf hoeveel graden daaronder OpenQuatt al terughoudend wordt;Maximum water temperature tripis de absolute bovengrens.
Praktisch betekent dit:
in
Water Temperature ControlwordtHeating Curve Supply Targetgeclampt opMaximum water temperature;in
Power Housewordt de effectieve warmtevraag progressief verlaagd, met de sterkste afbouw tussenmax - soft bandenmax;in
CM3wordt de boiler vanafMaximum water temperaturegeblokkeerd;bij
Maximum water temperature tripkan een harde stop volgen zonder dat OpenQuatt deControl Modezelf herschrijft.
Flow Mode
Flow Mode bepaalt hoe de pompregeling werkt.
Beschikbare keuzes:
Flow SetpointManual PWM
De uiteindelijke pompaansturing hangt nog steeds samen met Control Mode. Een handmatige pompstand overschrijft dus niet alle veiligheidslogica.
Volgorde binnen de flowregeling
In technische termen is de volgorde:
CM0stopt normale flowactie vroegtijdig.autotune kan tijdelijk voorrang krijgen.
handmatige of vorst-PWM kan gelden.
anders werkt de automatische regeling.
Die volgorde voorkomt dat meerdere delen van het systeem tegelijk dezelfde pompactie proberen te bepalen.
AUTO PI in hoofdlijnen
De automatische flowregeling gebruikt een regelaar die probeert de flow rond de gewenste waarde te houden.
Praktisch betekent dat:
niet elke kleine afwijking geeft direct een grote reactie;
er is een opstartfase;
er zijn grenzen om te agressief regelen te voorkomen;
bij ongeldige meetwaarden kiest OpenQuatt voor een voorzichtige fallback.
Bronkeuze is vaak de werkelijke oorzaak
Veel vreemd gedrag ontstaat niet door de regelstrategie zelf, maar door een onjuiste geselecteerde bron.
Voor de regeling zijn vooral belangrijk:
flow_rate_selectedoutside_temp_selectedwater_supply_temp_selected
Als deze geselecteerde waarden niet kloppen, lijkt het alsof modes verkeerd werken terwijl de bronkeuze het eigenlijke probleem is.
Veelvoorkomende misverstanden
Een hoge flow op één moment betekent niet automatisch dat een low-flow toestand meteen moet verdwijnen.
Flow ModevervangtControl Modeniet.Een andere verwarmingsstrategie verandert niet de onderliggende veiligheidslogica.
CM3betekent niet automatisch dat er iets stuk is; het betekent dat ketelhulp volgens de ingestelde regels nodig was.
Snelle controletabel
| Situatie | Verwacht gedrag |
|---|---|
| geen vraag, geen vorst | CM0 |
| warmtevraag start | meestal eerst CM1, daarna CM2 |
| te lage of ongeldige flow | veilig gedrag, geen normale doorbouw |
langdurig tekort in CM2 | mogelijk door naar CM3 |
tekort herstelt in CM3 | terug naar CM2 |
| vorstgevaar zonder normale warmtevraag | CM98 |
Controle bij twijfel
Kijk welke
Control Modeactief is.Kijk welke bronwaarden daadwerkelijk geselecteerd zijn.
Kijk of de flow logisch en stabiel is.
Kijk pas daarna naar strategie- of tuninginstellingen.